ECLI:NL:RBMNE:2014:2840
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening studiefinanciering na intrekking asielvergunning en rechtmatig verblijf
Eiser had een verblijfsvergunning asiel verleend gekregen in 2008, maar deze werd in 2010 ingetrokken. De intrekking werd bevestigd door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Eiser voerde aan dat de intrekking pas rechtsgevolg had na uitspraak van de rechtbank in eerste aanleg, waardoor hij tot die tijd rechtmatig verbleef.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het intrekkingsbesluit schorsende werking heeft, maar het hoger beroep niet, waardoor het rechtmatig verblijf eindigde op 18 januari 2011. Dit betekent dat eiser vanaf september 2011 geen recht had op studiefinanciering omdat hij niet rechtmatig verbleef.
Eiser stelde dat hij op grond van een afspraak tussen ministers in 2012 toch recht had op studiefinanciering, maar de rechtbank verwierp dit omdat hij niet aan de voorwaarden voldeed en geen aanspraak had gemaakt op een beurs. Ook een beroep op het vertrouwensbeginsel faalde.
Verder wees de rechtbank het beroep af dat eiser op basis van een brief van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens en mededelingen van de IND alsnog rechtmatig verblijf zou kunnen verkrijgen, omdat eiser onvoldoende actie had ondernomen.
Ten slotte verwierp de rechtbank het beroep op de hardheidsclausule omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij eerder een verblijfsvergunning had kunnen aanvragen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de herziening van studiefinanciering wordt ongegrond verklaard omdat hij vanaf 18 januari 2011 niet rechtmatig verbleef.