Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
Waar gaat het over?
Kamerstukken I2013/14, 33 818, E, p. 4).
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer trad in 2009 in dienst bij Stichting [A] als ambulant hulpverlener en werd vanaf 2014 gedetacheerd bij de Sociale Wijkteams van de Gemeente. Per 1 januari 2017 werden de werkzaamheden van de Sociale Wijkteams ondergebracht in de stichting SSWA. De werknemer tekende onder protest een arbeidsovereenkomst met SSWA, waarbij een andere cao en lager loon van toepassing waren.
De werknemer stelde dat sprake was van overgang van onderneming, waardoor zijn rechten en de cao Jeugdzorg zouden overgaan op SSWA. De kantonrechter oordeelde dat de formele arbeidsrelatie met de Gemeente ontbrak en dat de detachering geen permanent karakter had, waardoor geen overgang van onderneming plaatsvond.
Wel werd geoordeeld dat SSWA als opvolgend werkgever moet worden aangemerkt, omdat de werknemer dezelfde werkzaamheden voor dezelfde clientèle voortzette en de wijziging niet bij de werknemer lag. De primaire vordering tot toepassing van de oude cao en loon werd afgewezen, de subsidiaire vordering tot opvolgend werkgeverschap werd toegewezen.
De proceskosten werden gecompenseerd en de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten afgewezen.
Uitkomst: Geen overgang van onderneming, wel opvolgend werkgeverschap van SSWA vastgesteld.