ECLI:NL:RBMNE:2018:6102
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslag op staande voet wegens onvoldoende bewijs diefstal serveerster
Verzoekster was sinds 1 mei 2018 in dienst van verweerster als vakkracht bedrijfsleidster in een restaurant. Op 27 september 2018 werd zij op staande voet ontslagen wegens vermeende diefstal van geld op de avond van 25 september 2018. Verweerster baseerde dit op een kastekort en het ontbreken van een verklaring van verzoekster.
Verzoekster betwistte de diefstal en verzocht de kantonrechter het ontslag te vernietigen. De kantonrechter oordeelde dat verweerster onvoldoende bewijs had geleverd voor de diefstal. De overzichten van het kassasysteem en banktransacties waren niet duidelijk en het ontbreken van een verklaring van verzoekster was onvoldoende om schuld vast te stellen.
Omdat geen dringende reden voor ontslag bestond, was het ontslag op staande voet onrechtmatig. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst door verweerster werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Verweerster werd veroordeeld tot wedertewerkstelling, betaling van loon vanaf de ontslagdatum tot rechtsgeldige beëindiging, een gematigde wettelijke verhoging van 10% en wettelijke rente over het achterstallige loon. Tevens moest zij de proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en verweerster wordt veroordeeld tot wedertewerkstelling en betaling van loon met wettelijke verhogingen en rente.