Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De vordering
3.De beoordeling
600,00(2,0 punten × tarief € 300,00)
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer trad op 16 juli 2018 in dienst bij de werkgever voor de duur van één jaar. Zij diende op 11 maart 2019 haar ontslag in per 1 mei 2019. De werkgever betaalde echter het loon, de reiskostenvergoeding, pensioencompensatie, vakantiebijslag en resterende vakantiedagen over april 2019 niet uit en verstrekte geen salarisspecificaties en jaaropgaven.
De werknemer startte een kort geding en vorderde betaling van deze bedragen, inclusief wettelijke rente en een dwangsom voor het niet verstrekken van salarisspecificaties. De werkgever verscheen niet, waardoor verstek werd verleend. De kantonrechter stelde vast dat de vorderingen gegrond waren en dat de werkgever in strijd handelde met artikel 7:626 BW Pro.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van het loon, wettelijke verhoging, vakantiebijslag, reiskostenvergoeding, pensioencompensatie en wettelijke rente. Tevens werd de werkgever verplicht binnen een week de salarisspecificaties en jaaropgaven te verstrekken, onder dreiging van een dwangsom. De proceskosten werden aan de zijde van de werknemer toegewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon, wettelijke verhoging, vakantiebijslag, reiskostenvergoeding, pensioencompensatie, wettelijke rente en proceskosten.