ECLI:NL:RBMNE:2020:5295
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling invordering en matiging van verbeurde dwangsommen wegens overtreding APV Nieuwegein
Eiser werd op 1 april 2017 staande gehouden met inbrekerswerktuigen, wat in strijd was met de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Nieuwegein. De burgemeester legde een last onder dwangsom op waarbij bij herhaling een dwangsom van €5.000,- per overtreding werd opgelegd.
Verweerder heeft vervolgens twee dwangsommen van €5.000,- ingevorderd wegens overtredingen in maart 2018 en maart 2019. Eiser maakte bezwaar en beroep tegen de invordering, waarop de rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had onderzocht of bijzondere omstandigheden tot matiging leidden.
Verweerder matigde daarop de dwangsommen tot respectievelijk €2.000,- en €1.500,- en bood een betalingsregeling aan. Eiser vond deze matiging onvoldoende en verzocht verdere verlaging. De rechtbank oordeelt dat de last en dwangsommen onherroepelijk zijn en dat verweerder voldoende rekening heeft gehouden met bijzondere omstandigheden. De beroepen worden ongegrond verklaard en de matiging bevestigd.
De rechtbank benadrukt dat financiële draagkracht in beginsel niet relevant is bij invordering, tenzij evident is dat betaling onmogelijk is. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet kan betalen. De betalingsregeling is gestart en een langere aflossingstermijn is geen reden tot verdere matiging.
De uitspraak is gedaan door rechter P.J.M. Mol op 7 december 2020 en kan binnen zes weken worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de matiging van de dwangsommen tot €2.000,- en €1.500,-.