ECLI:NL:RVS:2014:1827
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.G. Drupsteen
- R.J.J.M. Pans
- R.F.B. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering inschrijving in gemeentelijke basisadministratie wegens ontbrekende documenten en verblijfstatus
Het college van burgemeester en wethouders van Almere weigerde de inschrijving van belanghebbende in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) omdat zij geen rechtmatig verblijf in Nederland had en er geen bewijs was van familierechtelijke betrekkingen met appellant sub 1. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 1 gegrond, vernietigde het besluit op bezwaar, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit. Zowel appellant sub 1 als het college stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State oordeelde dat het beroepschrift tijdig was ingediend ondanks een ontvangststempel na de termijn, omdat de verzendregistratie per fax tijdige verzending aantoonde. De Afdeling bevestigde dat bij de beoordeling van het bezwaar een volledige heroverweging moet plaatsvinden op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van het besluit op bezwaar, en niet alleen op de peildatum van de aangifte.
Verder stelde de Afdeling dat appellant sub 1 onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen geboorteakte kon overleggen, ondanks zijn stelling dat hij als Somalische vluchteling in Kenia onvoldoende netwerk had. De rechtbank had terecht overwogen dat de gegevens in de GBA betrouwbaar moeten zijn en dat een verklaring onder ede slechts kan worden afgenomen indien geen beter document beschikbaar is. De Afdeling verklaarde de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering tot inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie wegens ontbreken van rechtmatig verblijf en bewijs van familierechtelijke betrekkingen.