ECLI:NL:RBMNE:2021:379
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde onderwijsgebouw op basis van gecorrigeerde vervangingswaarde
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een onderwijsgebouw bestaande uit twee bouwdelen met een gezamenlijke bruto vloeroppervlakte van 2298 m². Verweerder had de waarde vastgesteld op €1.488.000,- met een waardepeildatum 1 januari 2018, waarbij hij geen correctie toepaste voor de grootte van het object en een restwaarde hanteerde.
De rechtbank oordeelde dat het WOZ-object als één geheel moet worden beschouwd omdat de bouwdelen aan elkaar vastzitten en gezamenlijk worden gebruikt. De rechtbank volgde verweerder in zijn standpunt dat de gemiddelde eenheidsprijs niet gecorrigeerd hoeft te worden voor de grootte, mede op basis van vergelijkbare onderwijsobjecten met grotere oppervlaktes en hogere eenheidsprijzen. Daarnaast werd geoordeeld dat de restwaarde niet per definitie nihil hoeft te zijn, omdat ook bij het einde van de levensduur van een object een restwaarde kan bestaan.
De beroepsgronden van eiseres slaagden niet, aangezien verweerder aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vastgestelde WOZ-waarde bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.