De rechtbank Midden-Nederland heeft op 29 januari 2021 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die wordt verdacht van seksueel misbruik van zijn toen bijna 9-jarige nichtje in de periode 1 januari 2005 tot en met 31 mei 2005. Het misbruik bestond uit ontuchtelijke handelingen, waaronder het met kracht tussen de schaamlippen brengen van zijn vinger, wat juridisch als seksueel binnendringen wordt gekwalificeerd.
De rechtbank acht de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en vindt dat het dossier voldoende steunbewijs bevat, mede door de eigen verklaringen van verdachte. Verdachte wordt vrijgesproken van het feit dat hij zijn vinger daadwerkelijk in de vagina heeft gebracht, omdat dit niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld.
Gezien het tijdsverloop van ruim 15 jaar en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn jonge leeftijd ten tijde van het misbruik en het ontbreken van recidive, legt de rechtbank een geheel voorwaardelijke taakstraf van 60 uur op met een proeftijd van één jaar. Daarnaast wordt verdachte veroordeeld tot een schadevergoeding van € 2.000,- aan het slachtoffer wegens immateriële schade.
De rechtbank benadrukt de ernst van het feit en de impact op het slachtoffer, die psychische hulp nodig heeft. Tegelijkertijd houdt zij rekening met de gevolgen van de strafzaak voor verdachte, die spijt heeft betuigd en inmiddels onder psychologische behandeling staat. De opgelegde straf is bedoeld als signaal en maatregel zonder onvoorwaardelijke detentie.