Eiseres is eigenaar van een bedrijfsverzamelgebouw waarvan delen worden verhuurd en delen leegstaan. De gemeente legde voor de jaren 2017, 2018 en 2019 een OZB-aanslag gebruiker niet-woning op voor het gehele gebouw als één object. Eiseres betwistte dit en stelde dat het gebouw uit drie zelfstandige delen bestaat die afzonderlijk gebruikt kunnen worden.
De rechtbank heeft tijdens de zitting vastgesteld dat het kantoor en de garage afzonderlijk afsluitbaar zijn en beschikken over de benodigde voorzieningen, zodat deze als zelfstandige objecten kunnen worden aangemerkt. De verhuurde loods is echter niet volledig afsluitbaar en vormt geen zelfstandig object.
De rechtbank concludeert dat de gemeente het object te groot heeft afgebakend en dat er sprake is van drie objecten. De zaak wordt terugverwezen naar de gemeente om opnieuw te beslissen met inachtneming van deze afbakening. Tevens moet de gemeente het betaalde griffierecht aan eiseres vergoeden.