ECLI:NL:RBMNE:2022:1397
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit Ziektewet-uitkering
Verzoeker diende een verzoek in tot vergoeding van materiële en immateriële schade van €100.000,- wegens de onrechtmatige weigering van een Ziektewet-uitkering door verweerder. Na bezwaar en beroep werd vastgesteld dat verzoeker recht had op de uitkering vanaf 4 februari 2016, waarna een nabetaling inclusief wettelijke rente plaatsvond.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het besluit onrechtmatig was, de gestelde schade niet voldoende verband hield met dit besluit. Materiële schadeposten zoals advocatenkosten, rentekosten, medische kosten en kosten van kinderopvang werden niet of onvoldoende onderbouwd of toegerekend aan het onrechtmatige besluit.
Ook de immateriële schade, waaronder psychische klachten en relatieproblemen, werd niet als voldoende ernstig aangemerkt voor vergoeding. De rechtbank concludeerde dat de reeds toegekende wettelijke rente de volledige schade door de vertraging dekt en wees het verzoek tot aanvullende schadevergoeding af.
Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en verzoeker werd gewezen op de mogelijkheid tot beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Verzoek om materiële en immateriële schadevergoeding wegens onrechtmatig besluit Ziektewet-uitkering wordt afgewezen.