ECLI:NL:CRVB:2024:1468
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens onrechtmatig UWV-besluit en gebrek causaal verband
Appellant, voormalig financieel/administratief medewerker, kreeg op 4 februari 2016 een onrechtmatig UWV-besluit dat zijn recht op ziekengeld introk. Hij vorderde vervolgens vergoeding van materiële en immateriële schade. De rechtbank wees dit verzoek af wegens onvoldoende bewijs van causaal verband tussen het besluit en de schade.
In hoger beroep stelde appellant dat het besluit leidde tot complexe psychiatrische problemen en ontbinding van zijn huwelijk, onderbouwd met medische rapporten. De Raad volgde echter de rechtbank en oordeelde dat de aangeleverde informatie onvoldoende was om een direct causaal verband aan te tonen tussen het onrechtmatige besluit en de geclaimde medische kosten, reiskosten, echtscheidingskosten en immateriële schade.
De Raad benadrukte dat voor immateriële schade meer nodig is dan psychisch onbehagen; er moet sprake zijn van geestelijk letsel of ernstige inbreuk op persoonlijke levenssfeer. De medische stukken toonden slechts een toename van bestaande klachten en spanning, geen zodanig letsel. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de schadevergoeding bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens het onrechtmatige UWV-besluit wordt afgewezen wegens gebrek aan causaal verband en onvoldoende bewijs van geestelijk letsel.