ECLI:NL:CRVB:2021:3183
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade en proceskosten wegens onjuiste informatie UWV in WIA-uitkeringszaak
Appellante stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV tot beëindiging van haar WIA-uitkering. Tijdens de beroepsprocedure bleek dat het UWV de rechtbank onjuiste informatie had verstrekt over het arbeidsongeschiktheidspercentage, wat leidde tot een ongegronde uitspraak van de rechtbank en het instellen van hoger beroep door appellante.
Het UWV heeft later een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen waarin het arbeidsongeschiktheidspercentage werd aangepast en de WGA-loonaanvullingsuitkering werd gecontinueerd tot 1 juni 2020. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV onnodig heeft bijgedragen aan de duur van de procedure door de verkeerde informatie.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep, begroot op €4.434,-. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €2.000,- wegens het geestelijk leed dat appellante heeft ondervonden door de onjuiste informatie en de daardoor ontstane langdurige onzekerheid en financiële problemen.
De vergoeding is gebaseerd op de redelijke termijn die is overschreden en de ernst van de gevolgen voor appellante, waaronder verergering van haar psychische problematiek door het wegvallen van de uitkering en oplopende schulden. Het griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het UWV verhalen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €4.434,- proceskosten en €2.000,- immateriële schadevergoeding aan appellante.