Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.INLEIDING
- verdachte afstand doet van alle inbeslaggenomen voorwerpen en/of zaken en vermogensrechten dan wel vastgelegde gegevens;
- er tussen partijen overeenstemming is over de bewijspositie en verdachte afziet van het voeren van verweren;
- de officier van justitie een gevangenisstraf van 38 maanden vordert;
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
contante aankoop auto's) van 30 maart 2021, genummerd 210330.1607, opgemaakt door de Nationale Politie, houdende de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 12] , doorgenummerde pagina’s 442 en 443;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming van 6 maart 2021, genummerd 20210603.1516. [verbalisant 15] , opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 15] , doorgenummerde pagina’s 233 en 234;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (drugstest positief) van 8 maart 2021, genummerd 2021030811004134, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina 263;
- een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [A] , werkzaam als NFI-deskundige forensische drugsanalyse bij het Nederlands Forensisch instituut, zaaknummer 2021.03.08.104 (aanvraag 001), houdende een rapport NFiDENT van
- een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [A] , werkzaam als NFI-deskundige forensische drugsanalyse bij het Nederlands Forensisch instituut, zaaknummer 2021.03.08.104 (aanvraag 002), houdende een rapport NFiDENT van
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (aantreffen en openen aangetroffen pakketten) van 6 maart 2021, genummerd MDRAA21007-31, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] , doorgenummerde pagina 245 tot en met 247;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal test inzake Opiumwet van
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (inbeslagname "jammer" en strafbaarheidstelling) van 8 maart 2021, genummerd 2021030816004134, opgemaakt door politie eenheid Midden-Nederland, houdende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina’s 295 en 296;
- een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 5 Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door [B] , werkzaam als inspecteur (afdeling markttoezicht) bij het Agentschap Telecom, houdende een rapport van bevindingen technisch onderzoek (met bijlagen) van 9 maart 2021, doorgenummerde pagina’s 297 tot en met 300;
• 2 maal 100 euro
• 13 maal 50 euro
• 17 maal 20 euro
• 1 maal 10 euro
• 3 maal 5 euro. [4]
- Bij de vijftig (50) euro biljetten het zogenaamde watermerk zich niet op de juiste plek bevond en op het biljet was geprint en dat daarnaast het watermerk niet oplichtte toen het biljet tegen het licht werd gehouden. Tevens vertoonde het smaragdgroene cijfer 50 geen lichteffect bij het kantelen van het biljet.
- Bij de twintig (20) euro biljetten constateerde de verbalisant dat meerdere biljetten voorzien waren van hetzelfde serienummer startend met MB, terwijl een serienummer slechts éénmaal wordt uitgegeven. Bij andere biljetten verscheen er geen portretraampje in het biljet op
het moment dat het biljet tegen het licht werd gehouden. Ook vertoonde het smaragdgroene cijfer 20 bij diverse twintig euro biljetten geen lichteffect bij het kantelen van het biljet.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 47, 55, 57, 62, 140, 209, 420bis, 420ter van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet;
- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en
- 10.15 van de Telecommunicatiewet;
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 38 (achtendertig) maanden;
M. Weistra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Vos, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 april 2022.