Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.UTR 21/2419
2.UTR 21/2523
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de omgevingsvergunning van 21 april 2021;
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijdemeren voor het bouwen en gebruiken van een recreatiewoonboot met berging op een perceel in de gemeente. In een eerdere tussenuitspraak oordeelde de rechtbank dat de vergunning in strijd was met artikel 5c van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV), omdat de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied en bouwblok plaatsvond.
Om dit gebrek te herstellen, heeft verweerder een ontheffing van de PRV aangevraagd bij gedeputeerde staten van Noord-Holland, die deze ontheffing heeft verleend. De rechtbank toetst in deze einduitspraak of deze ontheffing terecht is verleend en daarmee het gebrek in de vergunning is hersteld.
De rechtbank concludeert dat gedeputeerde staten redelijkerwijs tot hun besluit hebben kunnen komen, gelet op de bijzondere omstandigheden zoals de ligging tussen legakkers, de afwijkende bouwbloktekening en het ontbreken van precedentwerking. De ontheffing leidt ertoe dat het gemeentelijk ruimtelijk beleid niet onevenredig wordt belemmerd.
Daarom vernietigt de rechtbank de omgevingsvergunning wegens strijd met artikel 5c PRV, maar verklaart het gebrek hersteld door de ontheffing, waardoor de rechtsgevolgen van de vergunning in stand blijven. Tevens worden de betaalde griffierechten aan eiser en eiseres vergoed.
Uitkomst: De omgevingsvergunning wordt vernietigd wegens strijd met artikel 5c PRV, maar het gebrek is hersteld door verleende ontheffing, waardoor de vergunning in rechtsgevolg in stand blijft.