Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
29 juli 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
De werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van ernstig verwijtbaar handelen. De werknemer was verantwoordelijk voor grote klanten maar was vaak onbereikbaar, verscheen niet op afspraken en verbleef zonder toestemming langdurig in Oostenrijk. Ook was er sprake van onregelmatigheden met het lease-auto gebruik.
De werknemer verscheen niet op de zitting en voerde geen verweer. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer op de hoogte was van de zittingsdatum en dat er geen opzegverboden van toepassing waren. De feiten waren niet concreet weersproken en gaven aanleiding tot ontbinding.
De kantonrechter kwalificeerde het gedrag van de werknemer als ernstig verwijtbaar, waardoor herplaatsing niet in de rede lag. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 augustus 2022, aansluitend bij een eerder gemaakte afspraak. Omdat het einde het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen, werd geen transitievergoeding toegekend.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het verzoek tot verklaring voor recht dat het einde het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 augustus 2022 wegens ernstig verwijtbaar handelen zonder transitievergoeding.