Eiseres is door de minister verplicht gesteld haar lening in het kader van de inburgering terug te betalen. De minister maakte onderscheid tussen vreemdelingen met een verblijfsvergunning asiel en reguliere verblijfsvergunningen en wees kwijtschelding af omdat eiseres geen verblijfsvergunning asiel heeft. Eiseres was op 23 mei 2022 ontheven van haar inburgeringsplicht en betoogde dat terugbetaling in haar situatie onevenredig is.
De rechtbank bevestigt dat de minister onderscheid mag maken tussen verblijfsvergunningen, zoals ook eerder door de Afdeling bestuursrechtspraak is geoordeeld. Dit onderscheid is voldoende gemotiveerd en passend bij de wet- en regelgeving.
Echter oordeelt de rechtbank dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het terugbetalen van de lening evenredig is, gezien de ontheffing van de inburgeringsplicht van eiseres. De minister heeft niet duidelijk gemaakt hoe de individuele situatie van eiseres is meegewogen en waarom terugbetaling ondanks ontheffing passend is.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek en stelt de minister in de gelegenheid dit te herstellen binnen zes weken. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat de minister het gebrek heeft hersteld en de rechtbank een einduitspraak kan doen.