ECLI:NL:RBMNE:2023:1229

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 maart 2023
Publicatiedatum
20 maart 2023
Zaaknummer
10100946 UE VERZ 22-278 ZC/48355
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 32 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie van onjuiste uitvoerbaar bij voorraadverklaring in arbeidsrechtelijke beschikking

Op 8 februari 2023 werd een beschikking gegeven in een arbeidsrechtelijke zaak tussen verzoeker en werkgever. Op 10 februari wees de gemachtigde van verzoeker de kantonrechter terecht op een onjuiste vermelding in de beschikking, namelijk dat verzoeker om een uitvoerbaar bij voorraadverklaring had verzocht, wat niet het geval was.

Hoewel het verzoek tot rectificatie aanvankelijk werd ingediend en later ingetrokken, besloot de kantonrechter ambtshalve tot rectificatie over te gaan. Partijen kregen de gelegenheid om zich hierover uit te laten en gaven aan geen bezwaar te hebben tegen de rectificatie.

De kantonrechter wijzigde de betreffende rechtsoverweging door de verwijzing naar de uitvoerbaar bij voorraadverklaring te verwijderen en bepaalde dat de verbetering op de minuut van de oorspronkelijke beschikking zou worden vermeld. De rectificatie is op 8 maart 2023 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De kantonrechter rectificeert ambtshalve de onjuiste vermelding van een uitvoerbaar bij voorraadverklaring in de beschikking van 8 februari 2023.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
kantonrechter
locatie Utrecht
zaaknummer: 10100946 UE VERZ 22-278 ZC/48355
Herstelbeschikking van 8 maart 2023
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. F.B. van Batenburg,
tegen:
1. de commanditaire vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[werkgever] C.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats]
2. de naamloze vennootschap
Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
verwerende partij,
gemachtigde: mr. L.J. Sonneveld.

1.De overwegingen van de kantonrechter

1.1.
In bovengenoemde zaak is op 8 februari 2023 een beschikking gegeven.
1.2.
Op 10 februari 2023 heeft mr. F.B. van Batenburg de kantonrechter er terecht op gewezen dat ten onrechte in de beschikking is opgenomen dat door verzoeker om een uitvoerbaar bij voorraadverklaring werd gevraagd. In eerste instantie verzocht mr. Van Batenburg om rectificatie maar trok dit verzoek later in.
1.3.
In reactie hierop heeft de kantonrechter zich voorgenomen om ambtshalve over te gaan tot rectificatie en partijen in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten. Partijen hebben aangegeven geen bezwaar te hebben tegen rectificatie.
1.4.
De kantonrechter is op grond van artikel 32 Rv Pro van oordeel dat de beschikking dient te worden gerectificeerd als hierna aan te geven.

2.De beslissing

De kantonrechter:
2.1.
bepaalt dat rechtsoverweging 3.1 van de tussen partijen gewezen beschikking van 8 februari 2023, waar staat:
“ [verzoeker] verzoekt de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking:”
dit wordt gewijzigd in:
“ [verzoeker] verzoekt de kantonrechter bij beschikking”;
2.2.
bepaalt dat rechtsoverweging 4.10 en het kopje daarboven
“Uitvoerbaar bij voorraad?”in zijn geheel komen te vervallen;
2.3.
bepaalt dat de verbetering en de datum van deze uitspraak worden vermeld op de minuut van voormelde beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mr. D. Wachter, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2023.