ECLI:NL:RBMNE:2023:2272
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, welke is vastgesteld op €522.000,- met waardepeildatum 1 januari 2021. Eiser stelt dat de waarde te hoog is en dat niet alle relevante stukken zijn verstrekt, waaronder de taxatiematrix en grondstaffel.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar geen stukken heeft geweigerd, aangezien de gevraagde documenten aan de vorige gemachtigde van eiser zijn verstrekt, en dat eiser zijn eerdere beroepsgrond over het ontbreken van stukken heeft prijsgegeven. De rechtbank acht de taxatiematrix en de gebruikte referentiewoningen passend en voldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht heeft gegeven in de gehanteerde indexering en trendpercentages en dat de verschillen tussen de woning en referentiewoningen adequaat zijn verwerkt. De stelling van eiser dat onvoldoende rekening is gehouden met de afnemende meerwaarde wordt verworpen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het griffierecht wordt niet teruggegeven en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €522.000,- wordt ongegrond verklaard.