ECLI:NL:RBMNE:2023:2273
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde woning en indexering
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die door de heffingsambtenaar was vastgesteld op €796.000,- per 1 januari 2021. Eiser vond de waarde te hoog en stelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende inzicht had gegeven in de gebruikte indexering en taxatiematrix.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende inzicht had gegeven in de trendpercentages die zijn gebaseerd op een permanente marktanalyse, en dat het aan eiser was om eerder om nadere onderbouwing te vragen. De taxatiematrix met vier vergelijkbare woningen werd als voldoende onderbouwing gezien.
Eiser voerde verder aan dat onvoldoende rekening was gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen en met de afnemende meerwaarde per m². De rechtbank verwierp deze stellingen omdat de verschillen niet substantieel waren en de afnemende meerwaarde niet relevant was gezien de oppervlakten.
Het beroep werd ongegrond verklaard, en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter N.M. Spelt op 11 mei 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.