Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 januari 2023 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers
Procesverloop
€ 23.472,10.
€ 23.472,10 teruggevorderd. Bij besluit van 3 december 2021 heeft verweerder eiseres hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de aan eiser te veel betaalde bijstand van € 86.665,10.
Overwegingen
19 februari 2016 ingeschreven op het adres [adres 2] in [woonplaats] . Zij ontvangt sinds
3 mei 2018 bijstand naar de norm voor een alleenstaande.
19 februari 2016 een gezamenlijke huishouding voerden in de woning van eiseres. Hiervan hebben eisers geen melding gemaakt waardoor zij de op hun rustende inlichtingenplicht hebben geschonden. Daardoor hebben zij ten onrechte bijstand ontvangen. Verweerder heeft zich hierbij gebaseerd op het onderzoek dat door de Sociale Recherche is verricht. De bevindingen van het onderzoek zijn neergelegd in een rapport van 23 november 2021.
Over de intrekking van het recht op bijstand
17 augustus 2016 tot en met 29 augustus 2017 extreem laag was, namelijk 5 m³. Ook het waterverbruik in de periode van 29 augustus 2017 tot en met 29 augustus 2018 was extreem laag, namelijk 6 m³. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij ondanks het extreem lage waterverbruik zijn hoofdverblijf heeft gehad in zijn eigen woning. Eiser heeft daar niets over aangevoerd. Het extreem lage watergebruik van eiser in zijn woning rechtvaardigt daarom de conclusie dat hij daar niet zijn hoofdverblijf had in deze periode.
Ik heb het niet meer helemaal scherp maar een paar maanden voordat zij daar kwamen wonen toen zijn zij daar geweest om de woning te bekijken. Dat was in 2015 of 2016. Wij hebben hun toen aangesproken en toen begrepen wij van hun dat zij zich voor die woning hadden ingeschreven via [woningcorporatie] . (..) Ik heb toen gezegd kom even bij ons binnen kijken. Zij zijn toen op [adres 3] bij mijn vriendin binnen geweest om de indeling te bekijken. Ze hadden het er echt over dat ze daar samen zouden komen willen wonen. (..) Daar hebben we niet zo veel van meegekregen maar ze zitten daar wel vanaf dat ze die woning op de [adres 2] hebben daar samen. (..) Hij is daar iedere dag, dag en nacht.”De rechtbank is van oordeel dat bovenstaande getuigenverklaring voldoende concreet en gedetailleerd is zodat van deze getuigenverklaring mag worden uitgegaan.
Even ja dat kan je vergeten morgen is de oplevering”. Ook ontvangt eiser op 8 februari 2016 een bericht met de tekst “
Goedemorgen. Hoe was de eerste avond in het huisje”.
Over de terugvordering
Over de hoofdelijke aansprakelijkheid
Conclusie
Beslissing
mr. M.M. Brink, leden, in aanwezigheid van mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2023.