Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Liander N.V., gevestigd in Duiven, eiseres,
Inleiding
de legesbeschikking) heeft de heffingsambtenaar een bedrag van € 105.112,-- aan leges in rekening gebracht bij eiseres. Eiseres was het daar niet mee eens. Reddyn B.V. heeft daarom namens eiseres bezwaar gemaakt. Met de uitspraak op bezwaar van 28 juni 2022 (
de bestreden uitspraak op bezwaar)heeft de heffingsambtenaar de legesbeschikking echter in stand gelaten.
Overwegingen
- de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012) voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt of de opgegeven bouwsom niet aannemelijk is;
- een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting aan de hand van de jaarlijkse uitgave “Basisbedragen Gebouwen” van het Nederlandse Bouwkosten Instituut.
De rechtbank oordeelt allereerst dat de heffingsambtenaar door uit te gaan van de geschatte totale projectkosten, niet in overeenstemming met artikel 2.1.1.2 van Tarieventabel behorende bij de Legesverordening heeft gehandeld. Dit artikel biedt in deze zaak duidelijk slechts twee mogelijkheden voor het berekenen van de bouwkosten: de aanneemsom bedoeld in de UAV 2012, of, een raming van de bouwkosten aan de hand van de jaarlijkse uitgave Basisbedragen Gebouwen van het Nederlandse Bouwkosten Instituut (beide exclusief omzetbelasting). De heffingsambtenaar heeft zich op het standpunt gesteld dat het niet mogelijk is om volgens de Legesverordening te handelen, maar op de zitting is gebleken dat de heffingsambtenaar eiseres niet heeft verzocht om de aanneemsom van de kosten voor het plaatsen van de transformatoren en de 20kV-installatie. Deze beroepsgrond slaagt.
bedoeld om ter plaatse te functioneren. Pas als hieraan is voldaan is er sprake van een bouwwerk. [3] De bouwkosten waarover leges in rekening kunnen worden gebracht hebben dan ook betrekking op de bouwkosten van het gehele bouwwerk.
aan de functie vanhet bouwwerk en om die reden niet kunnen worden aangemerkt als onderdeel van het bouwwerk waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd, moeten worden uitgezonderd van de bouwkosten waarover leges kunnen worden geheven. De rechtbank wijst voor dit laatste oordeel naar vaste rechtspraak van het Gerechtshof Amsterdam. [4]