Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van [eiseres] van 30 mei 2023;
- de door [gedaagde] overgelegde producties per e-mail van 12 juni 2023.
2.Waar gaat deze zaak over?
3.De beoordeling
529,00
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer trad op 1 september 2022 in dienst als assistent accountant en meldde zich op 20 februari 2023 ziek. De werkgever zegde het dienstverband op per 30 april 2023. De werknemer vorderde betaling van achterstallig loon over januari tot en met april 2023, inclusief wettelijke verhoging en rente, en verstrekking van bruto/netto-specificaties en een eindafrekening.
De werkgever betwistte de loonvordering en stelde dat zij schade had geleden door onrechtmatig gebruik van een leaseauto door de werknemer, welke schade zij wilde verrekenen met het achterstallige loon. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van schade die voor verrekening in aanmerking komt.
Verder stelde de werkgever dat het overeengekomen salaris € 2.100 bruto per maand bedroeg, terwijl de werknemer een hoger bedrag claimde. De kantonrechter ging voorshands uit van het in de arbeidsovereenkomst genoemde salaris van € 2.100 bruto per maand.
De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van het achterstallige loon, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, en tot het verstrekken van de gevraagde specificaties en eindafrekening. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon van € 2.100 bruto per maand over januari tot en met april 2023, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente, en tot verstrekking van salarisstroken en eindafrekening.