De rechtbank Midden-Nederland heeft op 7 februari 2023 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van verkrachting en aanranding van een vrouw in april 2020 te Vinkeveen. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primaire feit van verkrachting en een gevangenisstraf van tien maanden voor de aanranding, terwijl de verdediging volledige vrijspraak bepleitte vanwege het ontbreken van bewijs voor dwang.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om vast te stellen dat verdachte de handelingen tegen de wil van de aangeefster heeft laten plaatsvinden. De verklaringen van de aangeefster werden als betrouwbaar beschouwd, maar ontbrak steunbewijs van andere bronnen die een voldoende verband met de tenlastegelegde feiten hadden. Chatberichten waren slechts gedeeltelijk beschikbaar en boden geen aanwijzingen voor dwang. De verklaring van de getuige was een de-auditu verklaring en bood geen zelfstandige waarnemingen ter ondersteuning.
Gezien het ontbreken van steunbewijs en de wettelijke vereisten voor bewezenverklaring, sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel verkrachting als aanranding. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank gelastte tevens de teruggave van een in beslag genomen USB-stick aan de benadeelde partij.