ECLI:NL:RBMNE:2023:496
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen publicatie inspectiegegevens en boete Wet arbeid vreemdelingen
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening door een bedrijf tegen de publicatie van inspectiegegevens en een boete van €9.000,- opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wegens het laten verrichten van arbeid door een Braziliaanse vreemdeling zonder de vereiste vergunning.
De voorzieningenrechter beoordeelde of er sprake was van een spoedeisend belang en een gerede kans dat het primaire besluit onrechtmatig zou zijn. Verzoekster stelde dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt omdat zij slechts opdrachtgever was en de diensten waren uitbesteed zonder haar instemming.
De rechter oordeelde dat verzoekster wel als werkgever kan worden aangemerkt op grond van feitelijk werkgeverschap, ongeacht instemming of wetenschap van de arbeid. De voorzieningenrechter vond geen gerede kans dat het bezwaar tot vernietiging van het boetebesluit zou leiden en dat de publicatie daarom terecht was.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, waarbij het belang van de minister om publicatie niet langer op te schorten zwaarder woog dan het belang van verzoekster om reputatieschade te voorkomen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen publicatie van inspectiegegevens en boete wordt afgewezen.