ECLI:NL:RBMNE:2023:5203
Rechtbank Midden-Nederland
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde winkelpand volgens ITZA-methode zonder coronacorrectie
Eiseres betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van een winkelpand aan de waardepeildatum 1 januari 2020, vastgesteld op €1.541.000,-. De heffingsambtenaar gebruikte de huurwaardekapitalisatiemethode met de ITZA-methode voor de huurwaardebepaling. Eiseres stelde onder meer een lagere waarde van €999.999,- voor en vroeg een coronacorrectie toe te passen.
De rechtbank oordeelt dat op de waardepeildatum nog geen coronacrisis bestond, zodat geen correctie op de WOZ-waarde wordt toegepast. De gehanteerde huurwaarde en kapitalisatiefactor van 9,5 zijn aannemelijk onderbouwd met referentieobjecten en taxatierapporten. De bezwaren van eiseres over oppervlaktebepaling, sluimerende grond en leegstandsrisico worden verworpen.
Daarnaast is de redelijke termijn voor bezwaar en beroep overschreden met circa zeven maanden, waarvoor een forfaitaire immateriële schadevergoeding van €100,- wordt toegekend, verdeeld tussen de heffingsambtenaar en de Staat. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verzoeken tot griffierechtvergoeding en proceskosten worden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, met een geringe schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.