ECLI:NL:RBMNE:2023:6381
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde werkzaamheden
Eisers ontvingen sinds 2014 een bijstandsuitkering en werden door verweerder onderzocht na meldingen van werkzaamheden in 2020 en 2021. Verweerder stelde dat eisers op geld waardeerbare activiteiten hadden verricht in december 2021 en van februari tot april 2022, zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht opleverde. Eisers betwistten dit en voerden aan dat het om vriendendiensten ging en dat het onderzoek ondeugdelijk was.
De rechtbank oordeelde dat het niet melden van deze werkzaamheden, ongeacht de intentie of vergoeding, de inlichtingenplicht schond. De verklaringen en waarnemingen bevestigden dat eisers daadwerkelijk werkzaamheden verrichtten. De rechtbank verwierp de stelling dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan en dat er dringende redenen waren om terugvordering achterwege te laten.
Daarmee was het recht op bijstand over de betreffende periodes terecht herzien en ingetrokken, en de terugvordering van de bijstand gegrond. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard, zonder toekenning van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening, intrekking en terugvordering van de bijstand worden bevestigd.