Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
het verzoek
4.De beoordeling
ontvankelijkheid
793,--
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer was vanaf 1 november 2021 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die op 1 november 2022 van rechtswege zou eindigen. De werkgever heeft nagelaten de werknemer tijdig schriftelijk te informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, waardoor zij de aanzegvergoeding verschuldigd is.
De werkgever stelde dat de werknemer zelf de arbeidsovereenkomst had opgezegd, maar de kantonrechter oordeelde dat dit juridisch niet mogelijk was omdat de overeenkomst per die datum al van rechtswege eindigde. Daarnaast was er discussie over het al dan niet doen van een onvoorwaardelijk aanbod tot verlenging van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter stelde vast dat het aanbod voorwaardelijk was en dat de werknemer dit terecht heeft afgewezen.
Hierdoor was de werkgever ook transitievergoeding verschuldigd. De gevorderde bedragen voor aanzegvergoeding en transitievergoeding werden toegewezen, evenals buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever is veroordeeld tot betaling van aanzegvergoeding en transitievergoeding wegens niet naleving aanzegplicht en niet voortzetten arbeidsovereenkomst.