ECLI:NL:RBMNE:2024:1177
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarden winkel en woning met toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiseres B.V. stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarden van een winkel en een woning, respectievelijk gelegen aan een adres in een vestigingsplaats en een woonplaats. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld op €192.000 voor de winkel en €530.000 voor de woning, met waardepeildatum 1 januari 2019. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan door onder meer gebruik te maken van de kapitalisatiemethode en vergelijkbare verkooptransacties.
De rechtbank wees de beroepsgronden van eiseres af, waaronder het betoog dat de coronacrisis invloed had op de waardepeildatum, wat niet het geval was. Ook de kritiek op de gekozen referentieobjecten en huurwaarden werd verworpen. De rechtbank liet bovendien nieuwe gronden die pas op de zitting werden aangevoerd buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde.
Daarnaast werd vastgesteld dat de behandeling van het bezwaar- en beroepsproces de redelijke termijn van drie jaar had overschreden, mede door het beperkte beschikbaarheid van de gemachtigde van eiseres. Hierdoor werd een immateriële schadevergoeding van €100 toegekend, verdeeld over de heffingsambtenaar en de Staat. Tevens werden proceskosten toegekend, deels voor rekening van de heffingsambtenaar en deels voor de Staat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarden en legde de schadevergoeding en proceskostenveroordelingen op. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Wolbrink op 4 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarden wordt ongegrond verklaard, maar eiseres krijgt een immateriële schadevergoeding van €100 wegens overschrijding van de redelijke termijn.