ECLI:NL:CRVB:2021:2402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken actueel procesbelang bij beëindiging Ziektewet-uitkering
Appellant was werkzaam als medewerker in een shoarmazaak en meldde zich ziek met neurologische en psychische klachten. Na beëindiging van zijn dienstverband kreeg hij een Ziektewet-uitkering toegekend. Het UWV beëindigde deze uitkering per 11 augustus 2017, wat appellant aanvocht. De rechtbank vernietigde een eerdere beslissing en beval een nieuw onderzoek. Het UWV handhaafde daarop de beëindiging van de uitkering, gebaseerd op een psychiatrische expertise.
In hoger beroep stelde appellant dat de verzekeringsarts onjuiste conclusies had getrokken uit het psychiatrisch rapport. Het UWV betoogde dat appellant geen financieel of actueel procesbelang meer had, omdat hij daarna een WW-uitkering en een loongerelateerde WIA-uitkering ontving met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van financieel belang door tijdsverloop en nieuwe besluitvorming betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Hoewel appellant in de toekomst mogelijk belang kan hebben bij een herbeoordeling, is dit onvoldoende actueel belang voor ontvankelijkheid. De Raad wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel financieel procesbelang.