ECLI:NL:RBMNE:2024:3848
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand met terugwerkende kracht zonder bijzondere omstandigheden
Eiser heeft op 25 april 2023 bijstand aangevraagd die door verweerder op 14 juli 2023 werd afgewezen wegens het niet overleggen van alle gevraagde informatie. Eiser heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, maar heeft op 10 augustus 2023 opnieuw bijstand aangevraagd met dezelfde ingangsdatum. Verweerder kende bijstand toe vanaf 10 augustus 2023, maar niet met terugwerkende kracht naar 25 april 2023. Eiser stelde dat zijn terugval in alcoholverslaving en fouten van begeleiders bijzondere omstandigheden vormden die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat eiser zich op 25 april 2023 wel degelijk heeft gemeld en dat het niet indienen van gevraagde informatie tijdens de eerste aanvraagprocedure geen bijzondere omstandigheden oplevert. Bovendien beschikte eiser in de periode tussen 25 april en 10 augustus 2023 over een bedrag van €15.397,61, bedoeld voor een verslavingskliniek, maar gebruikt voor levensonderhoud, waardoor hij niet bijstandsbehoevend was.
De rechtbank concludeerde dat de voorwaarden voor bijstand met terugwerkende kracht niet zijn vervuld en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.