De werknemer is sinds 1 juli 2021 in dienst als [functie 3] bij [verweerster], werkzaam binnen een projectteam dat software ontwikkelt voor een klant. Door technologische vooruitgang is de functie van handmatige controles komen te vervallen en is geautomatiseerde controle ingevoerd. De werknemer beschikte niet over de benodigde vaardigheden voor deze nieuwe functie, die door een beter gekwalificeerde collega werd ingevuld.
De werkgever vroeg en verkreeg toestemming van het UWV voor opzegging van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen. De werknemer verzocht de kantonrechter om herstel van de arbeidsovereenkomst, stellende dat de functieomschrijving onjuist was voorgelegd aan het UWV, er geen echte reorganisatie was en dat herplaatsingsgesprekken ontbraken.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging niet in strijd was met de wet, mede omdat de technologische wijziging een redelijke grond vormde voor het vervallen van de functie. De werknemer had onvoldoende onderbouwd dat de functieomschrijving onjuist was en de werkgever had voldoende inspanningen verricht om herplaatsing te realiseren. Het verzoek tot herstel werd daarom afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.