ECLI:NL:RBMNE:2024:6483
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling tegemoetkoming kindregeling Wet hersteloperatie toeslagen
Eiser, een kind van een gedupeerde ouder in de toeslagenaffaire, maakte bezwaar tegen de vastgestelde tegemoetkoming van €10.000 op grond van de kindregeling uit de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht), omdat hij meent dat zijn werkelijke schade hoger is. De Dienst Toeslagen handhaafde het besluit, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de kindregeling een vaste tegemoetkoming kent die geen compensatie voor daadwerkelijke schade beoogt, maar een tegemoetkoming is. Artikel 2.12 van de Wht bevat dwingendrechtelijke bedragen waar niet van kan worden afgeweken, ook niet op grond van de hardheidsclausule. De rechtbank wijst het beroep af omdat de regeling juist is toegepast en er geen ruimte is voor maatwerk in de hoogte van de tegemoetkoming.
Daarnaast verwerpt de rechtbank het verzoek van eiser om immateriële schadevergoeding en het verzoek om het persoonlijk dossier van zijn ouders in te zien. De rechtbank benadrukt dat zij het bestuursorgaan alleen kan toetsen aan de wet- en regelgeving en niet kan ingrijpen in beleidsmatige keuzes of wetgeving. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de tegemoetkoming van €10.000 wordt ongegrond verklaard.