ECLI:NL:RBMNE:2024:6631
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens erfenis
Eiser ontving sinds 1999 een bijstandsuitkering en bijzondere bijstand voor bewindvoering. Na melding van een erfenis van zijn overleden vader heeft het college de bijstand ingetrokken en het teveel betaalde bedrag teruggevorderd vanaf de datum van overlijden, 26 maart 2022.
Eiser betwist de hoogte van de terugvordering en voert aan dat bijzondere omstandigheden, waaronder ernstige medische klachten, een matiging of nihilstelling rechtvaardigen. De rechtbank constateert een kennelijke verschrijving in het bedrag maar acht dit niet doorslaggevend. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de terugvordering tot onaanvaardbare medische of psychische gevolgen leidt.
Verder heeft het college een belangenafweging gemaakt en het evenredigheidsbeginsel in acht genomen. De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging voldoende is en dat de terugvordering passend is gezien het doel van het voorkomen van onrechtmatige besteding van gemeenschapsgeld.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka op 3 december 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.