De zaak betreft het verzoek van een werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds november 2022 in dienst was. Primair werd ontbinding gevorderd wegens disfunctioneren, subsidiair wegens een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer verscheen niet in de procedure en is sinds december 2024 als vermist opgegeven.
De kantonrechter stelt vast dat disfunctioneren niet is komen vast te staan, omdat het voorgestelde verbetertraject niet is gestart en de werknemer het niet eens was met de stellingen van de werkgever. Wel is er sprake van een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsverhouding, mede door het verbreken van contact en het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2025. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding over de dienstverbandperiode. De proceskosten worden gecompenseerd en de beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.