Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat de zaak over?
3.De beoordeling
135,00
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser trad in oktober 2023 in dienst bij gedaagde als Directeur Operations. Na faillissement en doorstart trad eiser opnieuw in dienst. Gedaagde betaalde een factuur van €15.000 van eiser's eenmanszaak, maar begon vanaf oktober 2024 maandelijks €1.000 netto in te houden op het loon van eiser, stellende dat dit een voorschot was op een terugvordering.
Eiser betwistte dit en vorderde betaling van de ingehouden bedragen, vermeerderd met wettelijke verhoging, rente en incassokosten. De kantonrechter oordeelde dat verrekening slechts is toegestaan bij opeisbare vorderingen en aan het einde van de arbeidsovereenkomst, wat hier niet het geval was.
De inhoudingen waren daarom onrechtmatig. De kantonrechter matigde de wettelijke verhoging tot 20% vanwege de omstandigheden en veroordeelde gedaagde tot betaling van de ingehouden bedragen, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever is onrechtmatig looninhoudingen verricht en wordt veroordeeld tot terugbetaling met wettelijke verhoging, rente, incassokosten en proceskosten.