ECLI:NL:RBMNE:2025:2384
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en terugvordering NOW-subsidies met herstel motivering en belangenafweging
In deze bestuursrechtelijke zaken gaat het om de definitieve subsidievaststelling en terugvordering van voorschotten op grond van de NOW-1 regeling en de subsidieverlening op grond van de NOW-4 en NOW-5. Eiseres betwistte de besluiten van de minister die de subsidie op nihil stelde, het voorschot terugvorderde en de subsidieverlening weigerde.
De rechtbank verwijst naar een eerdere tussenuitspraak waarin werd vastgesteld dat de minister onvoldoende motivering en belangenafweging had gegeven, met name ten aanzien van het evenredigheidsbeginsel. De minister heeft daarop een aanvullende motivering gegeven, waarin hij onder meer het belang van een zorgvuldige besteding van publieke middelen benadrukt en wijst op het grofmazige karakter van de NOW-regelingen.
De rechtbank oordeelt dat de minister de gebreken voldoende heeft hersteld en dat het belang van eiseres minder zwaar weegt dan het belang van de minister. De loonsom waarop de subsidie is gebaseerd, kon niet worden vastgesteld vanwege onvoldoende bewijs van de arbeidsrelaties. De terugvordering van het voorschot is gerechtvaardigd, ondanks de nadelige gevolgen voor eiseres, die haar betalingsregelingen niet is nagekomen.
De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten, maar laat de rechtsgevolgen daarvan in stand en veroordeelt de minister tot vergoeding van griffierechten en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De minister heeft de subsidievaststelling en terugvordering op grond van de NOW-regelingen in redelijkheid vastgesteld en de subsidieverlening terecht geweigerd.