De werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer wegens disfunctioneren. De werknemer was sinds 2015 in dienst en had diverse functies bekleed, met promoties en salarisverhogingen tot juli 2022. De werkgever stelde dat de werknemer vanaf 2022 onvoldoende functioneerde, maar kon dit niet aannemelijk maken.
In 2023 was er onvrede over een onderzoeksrapport van de werknemer, waarop een verbetertraject werd gestart. Dit traject was echter te kort en onvoldoende inhoudelijk onderbouwd. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende had aangetoond dat de werknemer ongeschikt was voor zijn functie en dat het verbetertraject niet voldeed aan de vereisten.
Daarom werd het verzoek tot ontbinding afgewezen en werd de werkgever veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.