De werkgever MBO Amersfoort verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, hoofdzakelijk op grond van verwijtbaar handelen en subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer is sinds 2020 in dienst en werkt als docent LB. Er zijn meerdere signalen van ongepaste communicatie en gedragingen van de werknemer, waaronder een klacht van een student en een brandbrief van collega’s over een onveilige werksfeer.
Er zijn diverse coachtrajecten en een verbetertraject gestart, maar de communicatieproblemen bleven bestaan. De werknemer nam heimelijk een gesprek op en speelde deze opname deels af in de docentenkamer, wat leidde tot escalatie. Ook werd mediation ingezet, maar dit mislukte. De kantonrechter oordeelt dat het opzegverbod wegens lidmaatschap ondernemingsraad niet aan ontbinding in de weg staat, omdat het verzoek gebaseerd is op gedragingen van voor het OR-lidmaatschap.
De kantonrechter stelt vast dat verwijtbaar handelen niet voldoende is voor ontbinding, maar dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam is verstoord. Herplaatsing binnen de organisatie is niet mogelijk. Daarom wordt ontbinding op de g-grond toegewezen met ingang van 1 december 2025. De werkgever moet een transitievergoeding van €11.831,14 bruto betalen. Een billijke vergoeding wordt afgewezen omdat geen ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever is vastgesteld. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.