Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] , te [plaats] , eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser diende op 26 juni 2025 een bezwaarschrift in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Verweerder verlengde de beslistermijn eenmaal tot 10 december 2025, maar had op die datum nog geen besluit genomen. Eiser stuurde daarop een ingebrekestelling, waarna de rechtbank het beroep behandelde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in strijd met de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet tijdig had beslist. Gezien de omstandigheden, waaronder een tekort aan verzekeringsartsen, stelde de rechtbank een nieuwe beslistermijn van twee maanden vast, aansluitend bij eerdere jurisprudentie. Tevens legde zij een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €467 aan eiser, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigde het niet tijdig genomen besluit en droeg verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt een beslistermijn van twee maanden vast en legt een dwangsom op wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaarschrift.