Eiseres heeft op 30 april 2024 een verzoek tot herbeoordeling ingediend bij het UWV. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit verzoek beslist, wat onbetwist is. Na ontvangst van een ingebrekestelling op 21 november 2024 verstreken twee weken zonder besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder door een tekort aan verzekeringsartsen niet tijdig kon beslissen en bepaalt daarom een redelijke beslistermijn van vier maanden na verzending van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 467 aan eiseres en het griffierecht van € 385. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op alsnog binnen de gestelde termijn een besluit te nemen.