Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover dit betrekking heeft op de waardevaststelling van de woning aan [adres 2] [plaats] ;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de waardevaststelling van de woning aan [adres 2] [plaats] ;
- stelt de waarde van de woning aan [adres 2] [plaats] vast op € 485.000,- en bepaalt dat de heffingsambtenaar de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig vermindert;
- bepaalt dat deze uitspraak in plaats komt van het vernietigde deel van de uitspraak op bezwaar;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 400,- aan proceskosten aan eiser;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht tot een bedrag van € 53,- aan eiser moet vergoeden.
- verklaart het beroep voor zover dit betrekking heeft op de waardevaststelling van de woning aan [adres 1] [plaats] ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
L.S. Lith, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026.