Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van de gedingen
2.Tussen partijen vaststaande feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart de beroepen van eiseressen 1 tot en met 7 en 9 ongegrond;
- verklaart de beroepen van eiseressen 8 en 10 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar met betrekking tot eiseres 8, doch uitsluitend voor zover deze de aanslagen en de heffingsrentebeschikkingen betreffen;
- vermindert de aan eiseres 8 opgelegde aanslagen vpb 2006 en 2008 tot aanslagen berekend naar een belastbaar bedrag van respectievelijk € 101.158.745 en € 30.643.000 en vermindert en de daarop betrekking hebbende heffingsrentebeschikkingen dienovereenkomstig;
- vermindert de aan eiseres 8 opgelegde aanslag vpb 2007 tot nihil en de daarmee samenhangende heffingsrentebeschikking dienovereenkomstig en stelt de verliesbeschikking 2007 vast naar een bedrag van € 21.757.097;
- vernietigt alle uitspraken op bezwaar met betrekking tot eiseres 10;
- vernietigt de navorderingsaanslagen vpb 2005 en 2006 en de daaraan gerelateerde heffingsrentebeschikkingen ten name van eiseres 10;
- vermindert de aan eiseres 10 opgelegde aanslag vpb 2007 tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van € 4.381.057 en vermindert de daarop betrekking heffingsrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vermindert de aan eiseres 10 opgelegde aanslag vpb 2008 tot nihil, stelt de verliesvaststellingsbeschikking van eiseres 10 voor het jaar 2008 vast op € 4.049.000 en vermindert de daarop betrekking hebbende heffingsrentebeschikking dienovereenkomstig;
- vernietigt alle aan eiseres 10 opgelegde boetebeschikkingen;
- gelast dat verweerder het door eiseres 8 betaalde griffierecht van € 302 vergoedt;
- gelast dat verweerder het door eiseres 10 betaalde griffierecht van € 302 vergoedt.