Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van de gedingen
2.Tussen partijen vaststaande feiten
Onderzoek tenaamstelling naar personen
Kraaijen
Kraayvoorlopig uit
[LETTERS]voor, In Nederland is dit een gebruikelijke
[LETTER]. In de gevallen waar het duidelijk was dat met [LETTERS] [NAAM] bedoeld werd, is
[LETTERS]
[LETTER]. Deze posten zijn wel opgeleverd maar voor verdere herkenning
v.
vd,
[NAAM], kan worden gezocht door te matchen met
[NAAM]en
[NAAM].
[NUMMER] [X] NLG 248.89 .00
BONDS SHARES / OPTIONS INV. FUNDS TOTAL
343,070.00 .00 3,849.24 347,168.13P”
[NUMMER] [X] NLG 248.89 .00
356,825.00 .00 3,875.58 360,949.47A”
.Verweerder heeft daarbij geen gevolg gegeven aan de beslissing van de geheimhoudingskamer om de namen van de belastingambtenaren vrij te geven, hoewel beperking van de kennisneming daarvan niet gerechtvaardigd is geacht.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
Gelet op de door de Belgische autoriteiten verstrekte gegevens en de door verweerder uitgevoerde identificatie die erin resulteerde dat eiseres als rekeninghouder kon worden geïdentificeerd, acht de rechtbank op de hiervoor genoemde gronden aannemelijk dat eiseres over de gevraagde gegevens en inlichtingen beschikte of kon beschikken. Ook bestond er voldoende aanleiding om aan eiseres nadere inlichtingen omtrent die rekening te vragen. Dit brengt mee dat eiseres ingevolge het bepaalde in artikel 47, eerste lid, van de AWR verplicht was om de door verweerder gevraagde gegevens en inlichtingen te verstrekken. Eiseres heeft deze gegevens echter niet verstrekt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verweerder terecht tot uitgangspunt heeft genomen dat de bewijslast op grond van artikel 25, derde lid, van de AWR (tekst tot en met 30 juni 2011) is omgekeerd.
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar doch uitsluitend voor zover zij betrekking hebben op de boetebeschikkingen;
- vermindert de boete voor 2004 tot € 5.157 en de boete voor 2007 tot € 6.474 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde besluiten;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.217;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af, en
mr. R. van Scharrenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Anema, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 september 2014.