Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Ontstaan en loop van de gedingen
2.Tussen partijen vaststaande feiten
- die [D] voorgewend dat de door haar ontvangen belastinggelden op voornoemde bankrekening met nummer [X2] gestort dienden te worden en
- voornoemde geldbedragen van de bankrekening met rekeningnummer [#4] op naam van die [D] op voornoemde bankrekening met rekeningnummer [X2] gestort en
- die [D] voorgewend dat zij voornoemde bedragen diende te voldoen ten behoeve van de omzetting van haar eenmanszaak naar een besloten vennootschap en/of
- voornoemde geldbedragen van de bankrekening met rekeningnummer [#4] op naam van die [D] op voornoemde bankrekening met rekeningnummer [X2] gestort en
- zich voorgedaan als advocaat en/of juridisch adviseur en
- zich in correspondentie voorgedaan als [X1]” en/of “[X2]” en
- die [D] aangeboden haar betalingsverkeer te regelen en/of betalingen voor en/of namens haar te verrichten en
- de tenaamstelling en/of de adressering van bankrekening met rekeningnummer[#5] gewijzigd en
- die [D] en/of [E] voorgewend dat deze bankrekening met nummer[#5] een derdengeldrekening van verdachte betrof met als tenaamstelling [X1] derdengelden en
- [E] verzocht de te betalen voorschotten in rekening-courant ten behoeve van [H] op voornoemde bankrekening met rekeningnummer[#5] te laten storten en
- die [D] en [E] voorgewend dat verdachte deze geldbedragen zou voldoen aan die [D] (zijnde de wettelijke vertegenwoordiger van voornoemde [H])
- zich aan die [I] BV en/of[I] en/of[M] voorgedaan als zijnde [D] en/of[H], en/of
- zich bij aankopen/transacties met die [K] en/of die[I] Card en/of[M] Card aan die [I] BV en/of[I] en/of[M] en/of die bedrijven (onder meer vliegmaatschappij [N]) en/of personen voorgedaan als zijnde de rechtmatige houder van die [K] en/of die[I] Card en/of[M] Card,
- die[H] een betalingsopdracht op naam van die [D] d.d. 13 december 2006 verstrekt en
- die[H] aldus voorgewend dat het aan die [D] te retourneren bedrag van 90.813,44 euro met instemming van die [D] op voornoemde bankrekening met nummer [X2] gestort diende te worden waardoor voornoemde[H] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;
- een geldbedrag van 15.000,-- euro ontvangen op bankrekeningnummer[#5] op 13 december 2007 en
- een geldbedrag van 9.000,-- euro ontvangen op bankrekeningnummer[#5] op 15 januari 2008, voor een totaalbedrag van 39.000,-- euro en
4.Het bewijs
3.Geschilpunten
- is er sprake van een navordering rechtvaardigend nieuw feit (2006)?;
- vallen de kosten die eiser stelt te hebben gemaakt onder de aftrekbeperking van artikel 3.14, eerste lid, sub d, van de Wet IB 2001? Indien de aftrek van de kosten niet overeenkomstig genoemd artikel is beperkt, is in geschil of eiser deze kosten aannemelijk heeft gemaakt (2005 en 2006);
- dient rekening gehouden te worden met een bedrag van € 10.000 dat voldaan is door de heer [aa] (hierna: [aa]) aan [W], terwijl eiser een vordering op [aa] had (2005)?;
- zijn terecht correcties aangebracht met betrekking tot voordelen uit het bewezenverklaarde feit 2 (gebruik creditkaarten) en feit 7 (toe-eigening van geldbedragen van [T]) (2007)?;
- kan bij het vaststellen van het inkomen rekening worden gehouden met een voorziening wegens een civiele terugbetalingsverplichting (2007)?;
- is het bezwaarschrift van eiser tegen de aanslag zvw terecht niet-ontvankelijk verklaard (jaar 2008)?
.Eiser heeft verder in alle zaken om een immateriële schadevergoeding en om een proceskostenvergoeding voor zowel de bezwaarfase als de beroepsfase verzocht.
4.Beoordeling van de geschilpunten
V: Uw zoon is vorige week vrijdag 14 maart 2008 aangehouden. In het vakantiehuisje waar hij verbleef, hebben we een document aangetroffen waarin wordt gesproken over een [tt]-rekening van u (…). Het gaat om de volgende passage:
- in december 2007 besprekingen hebben plaatsgevonden die aanleiding hebben gegeven tot het strafrechtelijk onderzoek tegen eiser;
- volgens verschillende personen eiser op 13 december 2007 zou hebben bekend malversaties te hebben gepleegd;
- tegen eiser op 17 en 18 december 2007 aangiften bij de politie zijn opgenomen;
- de partner van eiser op 19 december 2007 is verhoord als verdachte;
- de administratie van eiser op 24 december 2007 in beslag is genomen;
- volgens het strafdossier eiser op 24 december 2007 als verdachte werd aangemerkt.
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep in de zaak met procedurenummer HAA 13/4757 ongegrond;
- verklaart de overige beroepen (zaken HAA 13/4754, HAA 13/4755 en HAA 13/4756) gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar in de zaken HAA 13/4754, HAA 13/4755 en HAA 13/4756;
- vermindert de bij de belastingaanslagen ib/pvv 2005, ib/pvv 2006 en ib/pvv 2007 opgelegde boetes tot respectievelijk € 24.498, € 87.622 en € 61.394;
- vermindert de aanslag ib/pvv 2007 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 282.087 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 72 en vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig;
- handhaaft de navorderingsaanslagen ib/pvv 2005 en 2006 en handhaaft de daarbij gegeven heffingsrentebeschikkingen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 1.514;
- gelast dat verweerder het door eiser in de zaak HAA 13/4754 betaalde griffierecht van € 44 vergoedt, en
- wijst de verzoeken om een immateriële schadevergoeding af.