Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 29 april 2022 in de zaak tussen
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Breda, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil17. In geschil is of de utb, voor zover bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd, terecht is uitgereikt. Meer in het bijzonder is in geschil of:
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, uitsluitend voor wat betreft de berekende rente op achterstallen;
- bepaalt dat verweerder de utb vermindert met het bedrag aan rente op achterstallen dat is berekend over douaneschulden die zijn ontstaan vóór 1 mei 2016 en draagt verweerder op het bedrag te herrekenen;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 226;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding van de door eiseres geleden immateriële schade tot een bedrag van € 3.274;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.518;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 338 vergoedt.