ECLI:NL:RBNHO:2019:1434
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vermogensrendementsheffing en peildatum bij verkoop en aankoop woning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2016, waarin de belasting over het inkomen uit sparen en beleggen is vastgesteld zonder herrekening naar tijdsgelang van de opbrengst van een verkochte woning.
Eiser betoogde dat het forfaitaire stelsel en het hanteren van één peildatum leiden tot een onredelijke, individuele en buitensporige last, mede omdat het werkelijk genoten rendement aanzienlijk lager was dan de geheven belasting. Tevens stelde hij dat sprake was van schending van het recht om te worden gehoord en dat dubbele heffing plaatsvond door toerekening aan zowel box 1 als box 3.
De rechtbank verwijst naar eerdere arresten van de Hoge Raad waarin het forfaitaire stelsel als robuust maar niet onredelijk is beoordeeld en bevestigt dat het gebruik van één peildatum een bewuste keuze van de wetgever is die niet in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De rechtbank oordeelt dat de individuele situatie van eiser geen buitensporige last oplevert en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel en redelijkheid en billijkheid niet slaagt.
Hoewel de rechtbank erkent dat het recht om te worden gehoord is geschonden, is dit geschilpunt komen te vervallen door een regeling tussen partijen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2016 wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.