ECLI:NL:RBNHO:2019:1986
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale kwalificatie inkomsten actrice als winst uit onderneming
Eiseres, werkzaam als actrice in 2013, betwistte de kwalificatie van haar inkomsten voor de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2013. Zij stelde dat haar inkomsten als winst uit onderneming moesten worden aangemerkt, mede op grond van het ontbreken van gezagsverhouding en absorptie van looninkomsten. De Belastingdienst kwalificeerde deze inkomsten als loon uit dienstbetrekking of resultaat uit overige werkzaamheden.
De rechtbank stelde vast dat de arbeidsovereenkomsten die eiseres sloot met diverse opdrachtgevers wezen op een dienstbetrekking, met loon en CAO-bepalingen, en dat de omvang van de werkzaamheden en de mate van gezag niet voldeden aan de criteria voor ondernemerschap. Ook het absorptiecriterium werd niet gehaald vanwege het ontbreken van nauwe samenhang en ondergeschiktheid van de dienstbetrekking.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eiseres geen bewuste standpuntbepaling van de Belastingdienst kon aantonen die haar vertrouwen rechtvaardigde. Evenmin slaagde het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat vergelijkbare gevallen onjuist waren behandeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard; de inkomsten kwalificeren niet als winst uit onderneming.