De zaak betreft een bestuurlijke boete van €4.000,- opgelegd aan Egyptische Grillbar wegens het niet giraal uitbetalen van het minimumloon aan vier werknemers over de periode 1 januari tot en met 30 april 2016. De boete is gebaseerd op overtreding van artikel 7a, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).
De werkgever betoogde dat zij niet op de hoogte was van de nieuwe verplichting tot girale betaling en dat haar werknemers contante betalingen gewend waren. Ook stelde zij dat de boete onevenredig hoog was gezien de omstandigheden, waaronder tijdelijk niet kunnen gebruiken van haar bankrekening en het feit dat het minimumloon wel werd betaald.
De rechtbank oordeelde dat de boete conform de beleidsregel was vastgesteld, maar dat de sanctie niet evenredig was. Gezien de recente invoering van de verplichting, het ontbreken van benadeling van werknemers en de beperkte financiële draagkracht van de kleine werkgever, matigde de rechtbank de boete naar €1.500,-. Het bestreden besluit werd vernietigd en het primaire besluit herroepen.