Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 1 april 2019 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Rotterdam, verweerder.
Procesverloop
.
Overwegingen
Emmott).
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, een houdster- en financieringsmaatschappij, verkocht in 2013 haar deelneming en wilde haar eerdere houdsterverliezen verrekenen met de winst over dat jaar. De rechtbank stelt vast dat vanwege de verkoop op 14 mei 2013 niet aan de temporele eis voor houdsterwerkzaamheden is voldaan, zodat geen sprake is van houdsterwinst. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen beleidslijn bestond die tot verliesverrekening zou leiden.
Verder betoogde eiseres dat de per-elementbenadering van de fiscale eenheid toepassing vindt en dat de kwalificatie van houdsterverliezen strijdig is met het EU-recht (vrijheid van vestiging). De rechtbank oordeelt dat de formele rechtskracht van de verliesvaststellingsbeschikkingen niet doorbroken kan worden en dat de per-elementbenadering niet leidt tot toerekening van werkzaamheden van de moedervennootschap aan eiseres.
De rechtbank concludeert dat de verliezen als houdsterverliezen onherroepelijk vaststaan en dat de verliesverrekening niet mogelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting blijft gehandhaafd zonder verrekening van houdsterverliezen.