Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 oktober 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
€ 950.000. Tevens is bij afzonderlijke beschikking een bedrag van € 43.882 aan heffingsrente in rekening gebracht.
Daarnaast heeft verweerder met dagtekening 17 december 2014 aan eiser een aanslag zvw voor het jaar 2011 opgelegd, berekend naar het maximum bijdrage inkomen van € 33.427. Tevens is bij afzonderlijke beschikking een bedrag van € 171 aan heffingsrente in rekening gebracht.
Daarnaast heeft verweerder de aanslag zvw 2011 en de beschikking heffingsrente gehandhaafd.
€ 119.328. Tevens zijn bij afzonderlijke beschikkingen een bedrag van € 4.770 aan belastingrente in rekening gebracht en een verzuimboete van € 984 opgelegd.
Daarnaast heeft verweerder een aanslag zvw 2012 opgelegd, berekend naar het maximum bijdrage inkomen van € 50.064. Tevens is bij afzonderlijke beschikking een bedrag van € 233 aan belastingrente in rekening gebracht.
€ 119.328. Tevens is bij afzonderlijke beschikking een bedrag van € 3.368 aan belastingrente in rekening gebracht.
Daarnaast heeft verweerder een aanslag zvw 2013 opgelegd, berekend naar het maximum bijdrage inkomen van € 50.853. Tevens is bij afzonderlijke beschikking een bedrag van € 175 aan belastingrente in rekening gebracht.
Daarnaast heeft verweerder een aanslag zvw 2014 opgelegd, berekend naar het maximum bijdrage inkomen van € 51.414. Tevens is bij afzonderlijke beschikking een bedrag van € 58 aan belastingrente in rekening gebracht.
Overwegingen
[…]
3. De beherende vennoot is zonder toestemming van de stille vennoot bevoegd andere rechtspersoonlijkheid bezittende lichamen als vennoot tot de vennootschap toe te laten treden.
1. Door [de beherende vennoot] wordt ingebracht: een som van € 10.000 in contanten. De commanditaire vennoot brengt in een som van € 250 in contanten. Voorts brengt de beherende vennoot in zijn volledige kennis, arbeid en vlijt.
2. Met onderling goedvinden kunnen de vennoten ieder meer of minder geld of andere zaken en rechten in de vennootschap inbrengen.
3. Ieder der vennoten wordt voor zijn inbreng in geld of goederen op zijn rekening in de boeken der vennootschap gecrediteerd ten belope van de waarde daarvan. Op iedere balans van de vennootschap moet het kapitaal van alle vennoten afzonderlijk worden opgenomen.
[…]
Art. 6.
1. Bij het eindigen der vennootschap is ieder der vennoten in het vermogen der vennootschap gerechtigd voor het bedrag, waarvoor hij ingevolge het bepaalde in artikel 3 in Pro de boeken is gecrediteerd, vermeerderd of verminderd met zijn aandeel in de winst of het verlies, gemaakt of geleden in het laatste boekjaar blijkens de balans en winst- en verliesrekening opgemaakt, met dien verstande dat het winstaandeel waarop de commanditaire vennoot recht heeft nooit meer zal bedragen dan € 250 voor elk jaar dat de vennootschap voortduurt.
2. Gedurende het bestaan van de vennootschap hebben de vennoten geen recht op enige vorm van winstdeling. Na afdracht van de door de vennootschap over de door haar verschuldigde vennootschapsbelasting kan de gevolmachtigd directeur ten la[s]te van de agio besluiten tot een dividend uitkering.”
2. Met onderling goedvinden kunnen de vennoten ieder meer of minder geld of andere zaken en rechten in de vennootschap inbrengen.
3. Ieder der vennoten wordt aangaande zijn inbreng in geld of goederen gecrediteerd. Indien mondeling of schriftelijk overeengekomen kan de inbreng ook worden verrekend.
[…]
Art. 6.
1. Bij het eindigen der vennootschap is ieder der vennoten in het vermogen der vennootschap gerechtigd voor het bedrag, waarvoor hij ingevolge het bepaalde in artikel 3 is Pro gecrediteerd en/of indien er verrekening heeft plaatsgevonden, vermeerderd of verminderd met zijn aandeel in de winst of het verlies, gemaakt of gelden in het laatste boekjaar blijkens de balans en winst- en verliesrekening opgemaakt, met dien verstande dat het winst- of verliesaandeel waarop de commanditaire vennoot recht heeft en/of, indien overeengekomen, dient bij te dragen nooit meer zal bedragen dan C 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro) voor elk jaar dat de vennootschap voortduurt.
2. Gedurende het bestaan van de vennootschap hebben de vennoten over de door haar verschuldigde vennootschapsbelasting kan de gevolmachtigd directeur ten laste van de agio besluiten tot een dividend uitkering.”
Voor de jaren 2010 en 2011 heeft eiser aangifte gedaan nadat de aanslagen voor die jaren waren opgelegd. In de jaren 2012 en 2013 heeft eiser de aangiften gedaan voordat de aanslagen waren opgelegd.
Geschil
nr. CPP 2009/519M, Stcrt. 2009, 19749), maar moet dit aan de hand van civielrechtelijke regels worden beoordeeld.
Eiser was vanwege de groei van zijn eenmanszaak op zoek naar een andere rechtsvorm en wilde een besloten vennootschap (BV) oprichten. Dat vond hij vanwege het voor een BV benodigde startkapitaal van € 18.000 destijds te duur. Advieskantoor [R] bood eiser toen een zogenoemde ‘euro-BV’ aan, een goedkopere structuur, die in feite functioneerde als een BV, aldus eisers verklaring ter zitting. En die ‘euro-BV’ was de onderhavige cv-structuur. Eiser heeft voor het verkrijgen van het totaalpakket van de structuur een bedrag van ongeveer € 850 aan [R] betaald. Verder hoefde eiser geen geld te storten. [L] is een medewerker van [R] , hij verzorgde via zijn kantoor de jaarrekening voor de Engelse Ltd. Desgevraagd naar de strekking van artikel 6 van Pro de overeenkomst van CV 1 heeft eiser verklaard dat het niet de bedoeling was dat [L] of [K] winst zou krijgen van eisers onderneming. [R] kreeg jaarlijks een kleine vergoeding voor zijn administratieve werkzaamheden ten aanzien van het in stand houden van de structuur. [L] of [K] heeft ook geen geld gestort. Het was gewoon een lege euro-BV, aldus eiser en hij verklaart ook ‘ik was de cv’. Toen eiser na CV 1 een nieuwe structuur nodig had, heeft hij er de Ltd.’s bijgekocht van [R] en zo zijn de volgende cv’s ontstaan.
€ 1.000 door de commandiet had moeten worden ingebracht.
- De navorderingaanslag ib/pvv 2010, de aanslag zvw 2010 en de daarbij gegeven beschikkingen houden stand.
- De aanslag ib/pvv 2011 en de aanslag zvw 2011 en de daarbij gegeven beschikkingen, zoals deze zijn komen te luiden bij de uitspraak op bezwaar, houden stand.
- De aanslag ib/pvv 2012, de verliesvaststellingsbeschikking en de boete, zoals deze zijn komen te luiden bij de uitspraak op bezwaar, houden stand. De aanslag zvw 2012 was daarbij reeds vernietigd.
- De aanslag ib/pvv 2013 en de aanslag zvw 2013 en de daarbij gegeven beschikkingen moeten worden vernietigd. Er dient een ondernemingsverlies
- De aanslag ib/pvv 2014 en de aanslag zvw 2014 en de daarbij gegeven beschikkingen moeten worden vernietigd.
Beslissing
- verklaart de beroepen inzake de (navorderings)aanslagen ib/pvv 2010, zvw 2010, ib/pvv 2011, zvw 2011, alsmede de daarbij gegeven rentebeschikkingen, ongegrond, alsook de beroepen tegen de verliesvaststellingsbeschikking 2012 en de boetebeschikking 2012;
- verklaart de beroepen inzake de aanslagen ib/pvv 2013, zvw 2013, ib/pvv 2014 en zvw 2014 gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar betreffende de aanslag ib/pvv 2013, behoudens de beslissing over de kosten van bezwaar, en vernietigt de uitspraken op bezwaar betreffende de aanslagen zvw 2013, ib/pvv 2014 en zvw 2014;
- vermindert de aanslagen ib/pvv 2013, zvw 2013, ib/pvv 2014 en zvw 2014 en de daarbij gegeven rentebeschikkingen tot nihil;
- stelt voor het jaar 2013 een ondernemingsverlies vast op € 3.589;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar, en
- draagt de inspecteur op het beroepschrift tegen de aanslag zvw 2010 in behandeling te nemen als bezwaarschrift voor zover het ziet op de ambtshalve beslissing.